Skip to Content

Bron van Inspiratie: Pastoor Graat, 40 jaar priester in Congo en Zuid-Limburg

In deze rubriek besteden wij aandacht aan inspirerende personen die een link hebben met Noorbeek. Op 3 juli 2011, tijdens de Broonk, was het precies 40 jaar geleden dat pastoor René Graat tot priester werd gewijd in de parochiekerk St. Jozef Parochie te Heerlerbaan. In 1972 vertrok hij als missionaris naar Congo om in 2007 weer terug te keren in Zuid-Limburg als pastoor.  


Pastoor Graat, proficiat met uw 40-jarig jubileum als priester. Wat zijn uw dagelijkse werkzaamheden als pastoor?

“Naast het voorgaan in missen en vieringen bezoek ik mensen in het ziekenhuis en in verzorgingstehuizen. Ik zou ook graag meer mensen thuis willen opzoeken, maar wegens tijdgebrek kom ik daar niet voldoende aan toe. Daarnaast ga ik naar scholen, meestal voor de voorbereiding van het Heilig Vormsel en de Eerste Communie. Verder heb ik per parochie eens in de 4 à 5 weken een vergadering met het kerkbestuur en vaker nog met liturgische en catechetische werkgroepen. Ik praat met nieuwe en jubilerende bruidsparen, bereid uitvaartdiensten voor met nabestaanden en ik ben lid van het bestuur van het dekenaat Gulpen en het regionaal bestuur van Mill Hill Nederland.”

 

Pastoor Graat geeft de laatste zegen en ontbindt de Broonk in Noorbeek

 

U heeft momenteel 3 parochies onder uw hoede, waarom niet 1 grote?

“De parochies willen wel samenwerken, maar doordat iedere parochie een eigen karakter heeft verloopt dit langzaam. Elke parochie werkt volgens een eigen systeem: ‘dat hebben we hier altijd zo gedaan, waarom zouden we het nu anders doen’.”

 

Eén van uw parochies is Noorbeek. Wat vindt u van dit dorp?

“Noorbeek is een fijne gemeenschap. Al sinds lang nemen de mensen van de kerkgemeenschap hun verantwoordelijkheid om er een gezonde en sterke gemeenschap van te maken. Het verdient echter de grootste zorg om dit in stand te houden. Het is nog veel te vroeg om op onze lauweren te gaan rusten. Wat je momenteel ziet, bij voorbeeld, is dat de opkomst bij de woord- en communiedienst in Noorbeek omlaag gaat, terwijl die in Banholt juist toeneemt. We moeten er allemààl voor zorgen dat het elan erin blijft zitten.”

 

Hoe ziet de toekomst er uit voor deze parochies?

“De verwachting is dat een pastoor voor steeds meer parochies inzetbaar zal moeten zijn. Het dekenaat Gulpen, van Vaals tot Eijsden, bestrijkt circa 30 parochies. Momenteel zijn er voor het Dekenaat Gulpen ongeveer 20 priesters beschikbaar. Volgens het boekje Blauwdruk 2020, een toekomstvisie van het Bisdom Roermond, zal dit aantal verminderen in 2020 naar 12 priesters. Ik zie het als mijn taak om de mensen voor te bereiden op het gegeven dat er straks minder pastoors zijn. Dit doe ik ondermeer door parochianen te stimuleren en toe te rusten om voor te gaan in bepaalde vieringen. Dit bestond al zo in Noorbeek, het is er nu ook in Banholt en wordt eveneens opgepakt in Reijmerstok." 

 

   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De kerken van de drie parochies die pastoor Graat onder zijn hoede heeft (v.l.n.r.: St. Gerlachus te Banholt, St. Brigida te Noorbeek en parochie St. Franciscus van Assisië te Reijmerstok)

 

Wat is het verschil tussen een priester, pastoor en een leek?

“Op de eerste plaats zijn we allemaal kinderen van eenzelfde Vader. Samen zijn we christenen. Binnen deze gemeenschap bestaan allerlei taken die voor het leven van deze gemeenschap belangrijk zijn. Deze taken worden vervuld door vele leken, kijk maar rond in de parochie van Noorbeek. Eén van die taken is: voorgaan in de bediening van het Woord van God en de sacramenten. Die taak wordt gegeven aan een priester. In de Katholieke Kerk is de priester een man die van een bisschop de priesterwijding heeft ontvangen. Door deze sacramentele wijding krijgt hij verdere bevoegdheid om sacramenten toe te dienen. Een belangrijke functie is de offerhandeling. Wanneer een priester door de bisschop benoemd wordt als verantwoordelijke van een parochie spreek je van een pastoor. Deze verantwoordelijkheid draagt hij sàmen met de andere leden van het kerkbestuur, waarvan hij de voorzitter is.”

 

Waardoor heeft u voor het priesterschap gekozen?

“Op mijn veertiende heb ik een ernstig ongeluk gehad. Ik was met mijn fiets op weg naar het Bernardinuscollege (Heerlen –red.). Opeens bleef mijn voorband steken in een gat in de stoep. Mijn fiets bleef hangen en ik knalde tegen de laadklep van een vrachtwagen. Door die klap was een stukje van mijn schedel in mijn hersenen terecht gekomen. Toentertijd (1958 –red.) was de kans op overleving bij zo’n ongeval slechts 50%, waarvan slechts 10% geen blijvende schade leed. Ik moest geopereerd worden en dat kon alleen in Tilburg of Wassenaar. De ziekenauto heeft me toen naar Tilburg gebracht. Stel je voor: van Heerlen naar Tilburg. Er was nog geen autosnelweg of Maasbrug. In het ziekenhuis heeft professor Groot van de afdeling neurochirurgie het stukje bot succesvol verwijderd. 

Nadat ik professor Groot had bedankt, zei hij iets wat me verraste: ‘Je moet niet mij bedanken, maar God, die heeft me gestuurd tijdens de operatie.’ Zelf dacht ik niet meteen aan een wonder. Tijdens mijn revalidatie dacht ik er over hoe ik zin aan mijn leven kon geven, dienstbaar kon zijn. Ik dacht niet meteen aan het priesterschap.”

 

Wanneer is dat moment dan wel gekomen?

“Na mijn revalidatie ging ik me oriënteren. Bij kennissen in Geleen ontmoette ik eind jaren ’50 pater Fons Verbruggen. Op een inspirerende en positieve manier vertelde hij over Congo en de congregatie van Mill Hill. Daaropvolgend besloot ik me aan te melden bij het Klein Seminarie van Mill Hill in Tilburg. In 1959 begon ik met de gymnasiumopleiding. Mijn moeder steunde mijn keuze, mijn vader was heel wat minder enthousiast. Ik was de oudste en hij wilde dat ik voor een kleinzoon met zijn naam zou zorgen. Mijn vader vroeg zich ook af of het niet een te zware taak voor me zou zijn: ‘Kan hij het wel aan?’. Hij keek op tegen het priesterschap en bekeek mijn keuze dan ook kritisch. Door deze kritische blik heb ik veel aan mijn vader gehad. De studie ging me vervolgens gemakkelijk af. Tijdens mijn studie vroeg ik me regelmatig af of ik wel missionaris wilde worden. Ik zou dan ver van huis zijn. Ook begon ik me steeds meer te interesseren voor vrouwen en bovendien leek het me interessant om bij de marine te gaan. Ik deed eindexamen in ‘65 en ging vervolgens twee jaar filosofie studeren in het Groot Seminarie van Mill Hill te Roosendaal en daarna theologie in het St. Joseph’s College te Mill Hill in Londen. Door voortdurend te praten met kameraden, familie, begeleiders en professoren kwam ik uiteindelijk steeds meer tot het besef dat ik wel missionaris wilde worden.”  

 

 

Laatste zondag in Congo en laatste handeling: Kinderzegening (Bonkita, februari 2007)

 

U had het juist over vrouwen. Waarom mag een katholieke priester niet trouwen?

“Ik heb gekozen voor het celibaat omwille van Christus en niet vanwege uitspraken van de paus. Mijn bron van inspiratie is het evangelie en niet het kerkelijk rechtboek, de Codex Iuris Canonici (Wetboek van Canoniek Recht). In het Nieuwe Testament staat een inspirerende tekst van Mattheus [Mattheus 19, vers 12]:

“Er zijn mensen die niet trouwen omdat ze het niet kunnen vanwege hun geboorte, er zijn er die niet trouwen omdat ze er geen zin in hebben en dan zijn er mensen die niet trouwen vanwege een keuze die ze maken voor God. Wie dit kan begrijpen, laat het hem maar proberen.” (vertaling van René Graat – red.) 

Ik vat deze tekst op als een uitnodiging van God, aan mij, om Hem in het middelpunt van mijn leven te zetten. Een positieve boodschap die mij er toe beweegt om niet te trouwen. Dit is iets heel persoonlijks waarvan jij mag denken wat je wilt. Deze verbondenheid tussen God en mij is niet altijd gemakkelijk, maar dat is het ook niet altijd tussen getrouwde mensen. Vroeger had het niet trouwen ook een praktische reden. Een priester met vrouw en kinderen was te duur voor de parochie.”

 

Toen u de beslissing had genomen om die verbondenheid met God aan te gaan en om missionaris te worden ging u naar Congo?

“Ja, iets waar je vol van bent, dat wil je delen met anderen. In de loop van heel wat jaren heb ik gedeeld met Congolezen en zij met mij. We hebben van elkaar geleerd: we leerden de kunst van naar elkaar te kunnen luisteren. En voor elkaar op te komen. Elkaar te vergeven, terecht te wijzen. Geleidelijk aan kwam ik er achter hoeveel de mensen zich lieten leiden door hun beeld van God. Dat was niet hetzelfde voor iedereen, maar al die beelden bij elkaar gevoegd, zorgde ervoor dat er een gemeenschap was, waarbinnen men zich kon ontwikkelen. Ik ook. De mensen geloofden al heel erg lang in God. Wie Hij is, dat is ons duidelijk gemaakt door Jezus Christus. Mijn geloof in Hem, deelde ik met de mensen, en zo waren we samen onderweg.”

 

Hebben de ervaringen in Congo een ander mens van u gemaakt?

“God heeft een plan met ons. De mensen in Congo hebben me helpen ontdekken wie ik verondersteld word te zijn. Tussen november 1982 en 1994 leefde ik bij de Bongando, een grote stam van het Bisdom Basankusu. Ik deed mijn werk met veel vreugde. Ze gaven me zelfs twee bijnamen: Bekonyi en Bombuli. Bekonyi is een soort spetterend brandhout om op te koken. Je moet dus uitkijken dat je je niet verbrandt. Bombuli is een groot moerashert dat twee spitse, lange horens heeft. Het is een lief dier, maar als het jongen heeft dan stormt het met deze ‘naalden’ op je af. Dan is het gevaarlijk. Ze gaven me die bijnamen, omdat ik, meestal, vriendelijk en dienstbaar ben, maar me woest kan maken wanneer men kinderen iets aandoet.”

  

 

In november 2006 werd de kleine Mariëtte geboren. Enkele uren na haar geboorte stierf haar moeder. De Congolese Zusters van Bonkita ontfermden zich over haar met de hulp van René Graat. Omdat ze de juiste melkpoeder niet op tijd konden vinden stierf het kindje na enkele maanden.

 

De vergeving van zonden is het kernpunt van het Christendom. Is het mogelijk om mensen te vergeven die ten tijde van de burgeroorlogen in Congo moordden en plunderden?

“Eind 1999 waren er veel plunderingen in de streek waar ik woonde. Op een gegeven moment stonden er 7 soldaten met Kalashnikovs in mijn huis de buit te verdelen. Ze waren van plan om mijn brevier (getijdenboek –red.) en kelk mee te nemen. Dit kon ik niet laten gebeuren, want ze waren me beiden dierbaar. Het brevier was een geschenk van mijn moeder, de kelk van mijn vader, moeder, broers en zusters. Ze wilden me bang maken en schoten tweemaal naast me. De kogels zitten nu nog in de muur. Maar mijn brevier en mijn kelk heb ik nog.” 

“Kort daarop was het kerstmis. Ik moest de mensen weer samen zien te krijgen. Elkaar leren vergeven. Zie ik tijdens de communie opeens iemand met mijn schoenen. Die gebeurtenissen houden me nog elke dag bezig. Het doel van vergeving is het herstellen van een relatie. Niet alleen tussen jezelf en God. In de Westerse wereld leven we in een ‘ik-cultuur’. Persoonlijke ontplooiingsmogelijkheden krijgen voorrang boven alles. De samenleving hier is meer gebaseerd op organisatie. Mensen worden afgerekend op alles wat ze fout doen. In Congo is de maatschappij gebaseerd op de gemeenschap. Er is meer aandacht voor sociale vaardigheden. Daardoor zijn ze meer vergevingsgezind. In het traditionele Congo wordt er binnen de gemeenschap recht gesproken door ouderen. In dit ‘rechtssysteem’ kennen ze geen winnaars of verliezers zoals in het Westen. Daar gaat het om genoegdoening en het herstel van gewonde relaties. In het geval van moorden moeten we echter hopen dat tijd de wonden heelt.”

 

Wat vindt u van de schandalen in de Katholieke kerk?

“Het leed dat is aangedaan is onbeschrijfelijk. Seksueel misbruik is al heel erg, maar vooral wanneer het door priesters gebeurt. Mensen waar je het niet van verwacht en die je vertrouwt. Christus zei hierover [Mattheus 18, vers 1-6]:  Op dat moment kwamen de leerlingen Jezus vragen: ‘Wie is eigenlijk de grootste in het koninkrijk van de hemel?’  Hij riep een kind bij zich, zette het in hun midden neer  en zei: ‘Ik verzeker jullie: als je niet verandert en wordt als een kind, dan zul je het koninkrijk van de hemel zeker niet binnengaan. Wie zichzelf vernedert en wordt als dit kind, die is de grootste in het koninkrijk van de hemel. En wie in mijn naam één zo’n kind bij zich opneemt, neemt mij op. Wie een van de geringen die in mij geloven van de goede weg afbrengt, die kan maar beter met een molensteen om zijn nek in zee geworpen worden en in de diepte verdrinken.’ 

Wanneer ik praat met slachtoffers van seksueel misbruik vraagt dit een enorm vertrouwen van hun kant. Mijn aandacht gaat dan ook volledig uit naar het slachtoffer. Het lijkt me ook meer dan logisch dat ze juist met een priester willen spreken. Het blijft echter lastig hoe je de aandacht moet vestigen op deze slachtoffers. Mensen die met mij praten, willen persoonlijk gehoord worden, niet met hun verhaal verschijnen in De Limburger of bij Pauw en Witteman. Een collega die ik wel eens zie heeft vroeger ook eens ontucht gepleegd. Hij heeft ontzettend spijt van zijn daad. Ook zijn verhaal hoor ik aan. Ik hou er echter niet van om iemand te beoordelen en nog minder te veroordelen.”

 

In de zomer van 1993 zou de Italiaanse auteur en journalist Vittorio Messori een uitgebreid televisie-interview houden met de toenmalige paus Johannes Paulus II. Wegens de overvolle agenda van de paus kwam het echter niet tot opnames. De paus was echter zo geïntrigeerd door de vragen dat hij ze graag schriftelijk wilde beantwoorden. In het boek ‘Over de drempel van de hoop’ gaf hij alsnog antwoord op Messori’s vragen. Een vraag die Messori stelde en ik graag aan u stel: “Hoe nu verder te vertrouwen in een God, die een barmhartige Vader zou zijn, …, als wij geconfronteerd worden met het lijden, de onrechtvaardigheid, de ziekte en de dood, die de grote geschiedenis van de wereld en de kleine dagelijkse geschiedenis van ieder van ons schijnen te domineren?”

“Vertrouwen is gebaseerd op een relatie, een band of vriendschap. Ik heb vertrouwen in God, geloof in de droom van Jezus dat we allen als broers en zusters zullen samenleven. Jezus was bereid te lijden voor zijn droom en nodigt mij uit hetzelfde te doen. De relatie met God is van invloed op je houding in het leven, op je gedrag ten aanzien van anderen. Door dit samen te beleven wordt de band onderling versterkt. Veel belangrijke gebeurtenissen van het leven tussen geboorte en dood worden zo nog zinvoller beleefd en ervaren. In een liefdevolle relatie blijf je vertrouwen houden. Uit de Bijbel, voor het grootste gedeelte een ervaringsweergave, blijkt ook dat God telkens met de mensen is.”

 

Zou u ooit paus willen worden?

“Nee, een paus wordt verondersteld idealen hoog te houden. Dit kun je het beste doen door ze constant onder de aandacht te brengen, zonder concessies. Ik ben niet de mens om alleen maar idealen hoog te houden. Ik doe ook dingen die niet in het kerkelijk rechtboek staan. Ik sta tussen de mensen in en zie dat het voor velen niet gemakkelijk is om zich aan die idealen te houden. Ik wil er ook voor die mensen zijn. Hypothetisch zou ik wel paus kunnen worden, maar het is heel onwaarschijnlijk.”

 

Als God bestaat, waarom verstopt hij zich dan? 

“God laat zich zien in het goede van de mensen. Hij openbaart zich in de vreugde en ellende van de mensen. Ik zie dit tijdens mijn ziekenbezoeken. Zoek God in de mensen. Ik zou graag willen dat God zich toont aan de leiders van de katholieke kerk. In de Kerk draait het naar mijn mening te veel om structuur. De mensen, àlle mensen, moeten meer centraal staan.”

 

Wat er zoal ter tafel kwam tijdens ons gesprek

 

Hoe staat u tegenover Darwin’s evolutietheorie?

“De Bijbel beschrijft de relatie tussen God en de mens. Wanneer ik iets wil weten over de ontstaansgeschiedenis van de mens, dan lees ik Darwin en Pierre Teilhard de Chardin. Het gaat in de Bijbel niet zozeer om het wat maar om het dat. Ik geloof dat God de wereld heeft gemaakt, maar niet hoe het in de Bijbel staat. Voor mij is erfzonde niet het eten van de appel, maar heeft het te maken met slechte eigenschappen die je overneemt van je omgeving.”

 

Wanneer u het moeilijk heeft wendt u zich dan tot God of een vriend?

“Beiden. De mensen in Congo hebben me door zware momenten geholpen net als God. Op een wederzijdse manier heb ik hun ook tijdens zo’n momenten kunnen helpen. Op 18 december 1999 had er een zwaar bombardement plaatsgevonden in Basankusu. In de buurt waar de bom was ingeslagen stond een boom met glasscherven en spijkers in de stam. Een man had zich nog achter deze boom kunnen verschuilen, die juist dik genoeg was om bescherming te bieden. Wat ik allemaal zag boezemde me angst in. Een oud vrouwtje die voor haar kleinkinderen zorgde leek echter niet bang te zijn. Ze ging rustig door met het bereiden van het eten. Toen ik haar vroeg of ze niet bang was, antwoordde ze dat ze zeker bang was, maar dit niet wilde tonen aan de kindjes: “Zoals ik moed geef aan mijn kleinkinderen, moet jij ons moed geven”.”

 

Vandaag stond er in de Limburger een citaat van Karl Marx: ‘Godsdienst is opium van het volk.’ Hiermee bedoelde hij dat geloven er toe kan leiden dat mensen door godsdienst passief blijven en zich niet voor maatschappelijke verandering inzetten. Hoe kijkt u hiertegen?

“Voor mij is het juist het tegenovergestelde. Ik probeer er juist meer mee te doen. Ik vind Marx’ uitspraak erg gedateerd. In zijn tijd was de kerk een machtig instituut en had een meer dogmatisch karakter. Tevens was Karl Marx nooit lid geweest van een georganiseerde godsdienst. Hij bekeek het van buitenaf met een meer beschouwende blik zonder ervaring te hebben van binnenuit. Zijn uitlating blijft overigens een uitdaging voor alle pastoors.”

 

Over eigentijdsheid: hoe denkt u meer jongeren te betrekken bij het Christendom?

“Een godsdienst is een relatie tussen jou en de God in wie je gelooft. Dan zit je meteen op een heel persoonlijk vlak. Het dient ten eerste te beginnen met een zekere openheid naar God. Dit vraag ik ook van mensen die willen trouwen in de kerk. Ze moeten een zekere relatie hebben met God. Waarom zou je anders willen trouwen in een kerk?

Om te communiceren met jongeren via sociale media heb ik helaas te weinig tijd. Ik besteed per dag al ruim een uur aan het beantwoorden van mijn e-mails. Daarnaast vind ik het belangrijk om ruimte te houden voor ongeplande taken. Dit heeft bij mij voorrang boven Twitter of Hyves.”

 

René heeft ook les gegeven aan jonge mensen die, zoals hier, religieuze (kloosterzuster) willen worden. Inmiddels hebben ze zich verder ontwikkeld als o.a. econoom, verpleegster, landbouwdeskundige, lerares, arts. (Basankusu, 1997)

 

Het lijkt alsof u met een lach door het leven gaat. Van wie heeft u uw positieve instelling?

“Mijn vader, die bij de beroepsbrandweer in Heerlen en in verschillende verenigingen zat, hield ook altijd van spass maken. Hij had vertrouwen in mensen en in de toekomst.”

 

Waarom wordt het christendom gesymboliseerd door een lijdende Jezus aan het kruis en niet zoals bij het boeddhisme, een lachende, relaxte Boeddha?

“Als ik geen christen was, was ik waarschijnlijk boeddhist geworden. Binnen het christelijke geloof wordt de zondigheid van de mens heel erg benadrukt. Jezus Christus zou de mens van de zondigheid hebben verlost door zijn kruisiging. Persoonlijk wordt ik hier niet door geïnspireerd. Wel wanneer ik Christus in het evangelie bekijk en zie hoe hij moet opboksen tegen de vooroordelen, bekrompen geesten en achterhaalde gewoontes. Hij stelde dat de waarde van de mens belangrijker was, en is, dan de toenmalige gewoontes en mensenwetten. Jezus was door God gezonden om duidelijk te maken dat God liefde is. Dat Hij onvoorwaardelijk van ons houdt. Deze gedachtegang zette bepaalde klassen buitenspel. De gevestigde orde nam hem dit niet in dank af. De laatste 30 jaar, na het Concilie (Vaticanum II 1962-65 –red.) zie je wel steeds vaker dat Jezus als overwinnaar wordt afgebeeld bv. door toevoeging van een nieuwe statie aan de kruisweg. Doorgaans betreft de laatste statie de graflegging van Christus, steeds meer is dat nu de verrijzenis. Dit zie je ook in de kerk van Banholt, bij de door Sjef Hutschemakers vervaardigde kruisweg. Jezus wordt hierbij als een soort van overwinnaar afgebeeld, aanschouwd door allerlei jonge mensen. Sinds het laatste Concilie staat het volk op de eerste plek, daarna komt pas de hiërarchie: paus, bisschoppen etc. Afgelopen dinsdag was bisschop Wiertz langsgekomen om me te feliciteren met mijn 40-jarig jubileum. Vroeger werd dan alles uit de kast gehaald: rode loper, Mercedes met chauffeur. Nu kwam hij in een klein autootje en hebben we gewoon koffie gedronken aan de tafel.” 

 

De verrijzenis van Jezus geschilderd door Sjef Hutschemaker in de kerk van St.Gerlachus te Banholt

 

Tenslotte: hoe ziet God er uit?

“Ik visualiseer hem niet als man of vrouw. Ik zie een redelijk abstract persoon zonder duidelijk gezicht, maar die wel dichtbij me is. In tijden van moeilijkheden kun je zelfs wanneer een persoon lijfelijk niet aanwezig is er toch mee communiceren. Er was een moment dat ik twijfelde over het priesterschap en besloot het graf van mijn ouders te bezoeken. Mijn vader zei toen in mijn gedachten: ’Blijf trouw aan je belofte.’”

 

NoorbeekNatuurlijk bedankt Pastoor Graat voor dit interview en wenst hem een mooi feest toe op 13 en 14 augustus.  

 

 

De viering van het 40-jarig priesterfeest van pastoor Graat is op 13 en 14 augustus a.s. in de feesttent te Terlinden. Zaterdag 13 augustus is in de feesttent in Terlinden om 18:00 een gezinsmis. Zondag 14 augustus staat vanaf 10:30 tot 18:30 uur in het teken van het jubileum. Bijzonder is dat het feest gezamenlijk wordt georganiseerd door de parochianen van Banholt, Noorbeek en Reijmerstok. Gezamenlijk zal het dan ook een groot en gezellig feest worden. 

 

Hieronder is een artikel van Stefan Gilissen uit Dagblad de Limburger van 5 augustus 2011 te lezen.

 

 

Pastoor René Graat is zondag 14 augustus 2011 benoemd tot lid in de Orde van Oranje-Nassau. 

 

De intocht van pastoor René Graat door de harmoniën en schutterij

 

De drukbezochte jubileummis in de feesttent van Terlinden

 

Pastoor Graat wordt geridderd door de burgemeester van Eijsden-Margraten in het bijzijn van de burgemeester van Gulpen-Wittem

 

 

Pastoor Graat ontvangt de felicitaties van pastoor Sax (voormalig pastoor van Noorbeek) en Pierre Gubbels 

 

Bronvermelding: Foto ‘Pastoor Graat geeft de laatste zegen en ontbindt de Broonk in Noorbeek’: Michel Loo, Foto’s 3 parochies: Jef Troisfontaine, Foto’s Congo: eigendom René Graat, foto Verrijzenis van Jezus: Frans Bastings, Citaat ‘Over de drempel van de hoop’: Over de drempel van de hoop,Paus Johannes Paulus II, Veen Uitgevers Groep, Amsterdam/Antwerpen,Tweede druk, pag.71, Citaat Karl Marx: Artikel ‘Geprikkeld tot het uiterste’  door Roy Simoen (de Limburger, 12-7-2011), ‘Liefde is iets goddelijks’ door Stefan Gilissen [Dagblad de Limburger vr-05-08-2011. B8], ‘Levensverhaal pastoor René Graat mhm’ door Michel Rompelberg [Juli 2011], pastoor René Graat geridderd' [Dagblad de Limburger ma-15-08-2011], Foto’s priesterfeest: Gert Lammer

Met dank aan Hanneke Koene en Michel Rompelberg

 

Heeft u zelf tips of ideeën, mail dan naar info@noorbeek.nl.

 

Door: Jonathan Wanders